Wat weerhoudt jou van het netwerken? Geloof je er niet zo in dat jij via je netwerk aan ander werk kunt komen? Of ken jij niet de juiste mensen om te kunnen netwerken?

Wie al een tijdje dit blog volgt, weet dat ik een van de mensen ben die roepen dat netwerken tegenwoordig de beste strategie is om werk te vinden. “Ja maar,” krijg ik dan wel eens als reactie, “Ik heb geen uitgebreid netwerk,” of: “Ik weet niet hoe ik het moet aanpakken.” Soms ook hoor ik dat er wel een paar gesprekken zijn gevoerd, maar dat het daarna doodloopt. Wat ik tussen de regels door hoor, is een enorme weerstand tegen netwerken. Dat kan ik goed begrijpen. Toen ik er zelf mee begon, vond ik het ook vreselijk moeilijk en had ik er eigenlijk geen zin in. Net als zoveel mensen, kon ik best wat redenen noemen om niet te willen netwerken.

Een mooi moment om de bezwaren die ik wel eens tegenkom, op een rijtje te zetten:

1. Ik heb geen netwerk, ik heb onvoldoende contacten om te kunnen netwerken.

Mijn schatting is dat je netwerk een heel stuk groter is dan je zelf denkt. Als je de afgelopen 10 jaar niet in afzondering hebt doorgebracht, kom je waarschijnlijk alleen al met je familie, vrienden, kennissen, buren en (ex)collega’s op een verrassend groot aantal. Natuurlijk zijn niet al die mensen geschikt om mee te netwerken. Degenen van onder de 18 en boven de 80 zijn – op een uitzondering na – niet de meest geschikte mensen om over nieuwe werkkansen te prRolodexaten. De groep daar tussenin zijn dus potentiële netwerkpartners. Het is aan jou om met een open mind te kijken wat zij voor jou kunnen betekenen. Welke feedback kunnen zij jou geven over jouw kwaliteiten en mogelijkheden? Welke interessante contacten kunnen zij in hun netwerk hebben?

2. Ik heb niet het juiste netwerk, er zitten geen mensen in uit mijn branche.

Het goede nieuws is dat iedereen die jij kent, zelf andere mensen kent die ook weer anderen kennen. De kans is groot dat in de tweede of derde ring (of ‘graad’ zoals LinkedIn het noemt) mensen zitten die wel in jouw branche zitten en jou verder kunnen helpen. Maar hoe kom je bij hen? Door mensen die op het eerste gezicht misschien geen logische netwerkcontacten voor jou lijken, te vragen of ze met je willen meedenken en of zij mensen kennen die … (vul in wat je zoekt).

3. Netwerken is eindeloos gesprekken voeren zonder dat dit snel een baan oplevert.

Het is inderdaad een behoorlijke tijdsinvestering, zeker als je bedenkt dat je heel wat mensen gesproken moet hebben voordat je bij de juiste persoon aan tafel zit. Daar staat tegenover dat werk vinden via het reguliere solliciteren voor de meesten ook geen snelle resultaten oplevert. Het voordeel van netwerken boven alleen maar sollicitaties sturen is dat je er veel van leert en een leukere tijd hebt dan thuis bij de computer.

4. Ik kan niet netwerken

Iedereen heeft ooit wel eens een vriend, buur of familielid gevraagd om tijdens de vakantie voor de plantjes of katten te zorgen. De meesten zullen ook wel eens aan anderen advies hebben gevraagd over welke smartphone ze het beste kunnen aanschaffen of wat hun ervaringen zijn met de telecombedrijven. Als je dit kunt, dan kun je ook netwerken. Waar het bij netwerken voor werk om gaat, is dat je het systematisch en doelgericht aanpakt. Dat kan je leren, bijvoorbeeld door er een e-boek over te lezen (zie hiernaast) of een workshop hierover te volgen (klik hier voor meer informatie).

5. Ik weet niet wat ik zou moeten zeggen of vragen.

Het begint met weten wat je wilt weten. Heb jij al een helder beeld van wie jij bent, wat je wilt of zoekt en wat jouw meerwaarde is, dan heb je je elevator pitch al zo’n beetje klaar liggen en kun je doelgericht met mensen gaan praten die jou een stap dichter naar jouw doel brengen. Zolang je maar niet de gouden regel overschrijdt: vraag nooit om een baan. Heb je jouw verhaal en werkwens nog niet helemaal helder? Dan kun je vragen om met je mee te denken over mogelijkheden voor iemand met jouw kennis, ervaring en kwaliteiten.spin-in-web

6. Ik vind het moeilijk of vervelend om een beroep op anderen te doen.

Het is inderdaad niet altijd makkelijk een ander om hulp te vragen. Daar komt bij dat veel mensen het eigenlijk liever niet hebben over hun zoektocht naar werk. Echter, degene die om hulp wordt gevraagd, vindt het over het algemeen helemaal niet erg dat er een beroep op hem of haar wordt gedaan. Sterker nog: de meesten willen heel graag helpen. Het kan zomaar zijn dat iemand uit je omgeving die erachter komt wat je zoekt, zegt: “Had ik dat nou maar eerder geweten!”

7. Ik heb zojuist een baan gevonden (of ik heb nog een baan) dus ik hoef niet (meer) te netwerken.

Klinkt logisch, maar contracten zijn tegenwoordig vaak kort en voor je het weet, moet je opnieuw op zoek naar een baan. Het is een stuk relaxter om vanuit een baan te netwerken dan wanneer het water je aan de lippen staat omdat je al een tijdje zonder werk zit. Daar komt bij dat je op je werk waarschijnlijk meer mensen tegenkomt dan als je thuis zit. Juist nu is dus de tijd om te gaan netwerken.

Geef in de commentaarbox hieronder jouw bezwaren tegen netwerken. En als je het compleet wilt maken, geef dan meteen het tegenargument erbij.

Hou de regie over je zoekproces naar ander werk in eigen handen en zet de stap om te gaan netwerken.

Wil jij leren om effectiever je netwerk in te zetten om ander werk te vinden? Plaats ook dan jouw reactie in de commentaarbox hieronder.

placeit (1)

Wil je meer weten over de elevator pitch en over netwerken? Vraag dan het gratis E-boek ‘Netwerkend aan het Werk‘ aan of bestel het uitgebreidere werkboek via info@sigridvanderlaan.nl.